Birth of Emma Maria Saeij, daughter of Eduardus Saeij and Louisa Clementia Zwartelé, IJzendijke, 12 July 1881

Transcription
[margin:] N° 49 / Emma / Maria / Saeÿ Heden den dertienden van de maand July des jaars een duizend acht honderd een en tachtig, verscheen voor mij Wethouder, Ambtenaar van den Burgerlijken stand van de gemeente IJzendyke, provincie Zeeland, Eduardus Saeÿ, oud zesendertig jaren, van beroep werkman, wonende te IJzendyke, dewelke mij heeft verklaard, dat op den twaalfden van de maand July des jaars achttien honderd een en tachtig, des namiddags te half elf ure, binnen deze gemeente, in het huis wijk B, nommer zevenentwintig, is geboren een kind van de vrouwelyke kunne, dochter van hem aangever en van zyne huisvrouw Louisa Clementia Zwartelé, van beroep werkvrouw, aan welk kind hij verklaart te geven de voornamen van Emma Maria, welke aangifte en verklaring zijn geschied in bijwezen van Jacobus Bernardus de Witte, oud drieentachtig jaren, van beroep zonder, wonende te IJzendyke, en van Kornelis Versprille, oud tweeenvyftig jaren, van beroep Schoenmaker, wonende te IJzendykes [sic], als getuigen daartoe door den aangever gekozen. En is hiervan aanstonds opgemaakt deze akte, die na gedane voorlezing aan den aangever en de getuigen, door hen en mij is geteekend, uitgezonderd door den aangever die verklaard heeft niet te hebben leeren schryven. De ambtenaar voornoemd [signatures:] J. B. de Witte K. Versprille J. Van Leschen [?]
Translation
No. 49. On 13 July 1881 there appeared before me, alderman (wethouder), officer of the civil registry of the municipality of IJzendijke, province of Zeeland, Eduardus Saeij, aged thirty-six, labourer, living at IJzendijke, who declared that on 12 July 1881, at half past ten in the evening (10.30 p.m.), within this municipality, in the house in ward B, number 27, a child of the female sex was born, daughter of him, the declarant, and of his wife Louisa Clementia Zwartelé, charwoman (werkvrouw), to which child he declares he gives the first names Emma Maria. This declaration was made in the presence of Jacobus Bernardus de Witte, aged eighty-three, without occupation, living at IJzendijke, and of Kornelis Versprille, aged fifty-two, shoemaker, living at IJzendijke, witnesses chosen for this by the declarant. This act was drawn up immediately and, after being read aloud to the declarant and the witnesses, was signed by them and by me, except by the declarant, who declared that he had not learned to write. Signed: J. B. de Witte, K. Versprille, and the aforesaid officer J. Van Leschen [?].