Bijlage. Wat u zelf kunt gaan zien
Alles in deze geschiedenis is gebeurd binnen een uur rijden van Gent, en bijna alles staat er nog, is nog te belopen, of ligt nog op een plank in een archief. Deze bijlage is voor wie erheen wil. Zij heeft twee helften: de plaatsen, en de papieren die nog niemand heeft gelezen.
De plaatsen
Sleidinge, de eerste tweehonderd jaar
De Sint-Joriskerk, Sleidinge (Evergem), Dorpsstraat. De spits, van omstreeks 1260, heet de Sleidingse Naald. Livinus en Maria zijn hier getrouwd op 21 november 1655, en de negen generaties van deze geschiedenis beginnen in dat gebouw.
Binnen staat waar het om gaat: de doopvont van gekleurd marmer, in 1663 gehouwen door de Gentse meester Jacques Cot. Joannes, geboren in 1660, werd gedoopt aan de vont die deze verving. Zijn jongere broers en zusters — Maria in 1667, Magdalena in 1670, Franciscus in 1673 — zijn boven deze gehouden. Zijn eigen kinderen en kleinkinderen ook, tot en met Bernardus in 1748. Wie zijn hand op de rand van dat bekken legt, raakt het enige voorwerp in dit boek aan dat vijf generaties van de familie met zekerheid hebben aangeraakt.
Vier jaar voordat hij er kwam te staan, in 1659, werden de relieken van Sint-Godelieve hierheen gebracht uit het Klein Begijnhof te Gent, en haar verering overvleugelde die van Sint-Joris. Daarom staan de registers gecatalogiseerd als Sint-Joris en Sint-Godelieve.1
De Volpenswege. Een lange weg die langs de oostrand van de parochie noordwaarts naar Oosteeklo loopt; hij heet nog altijd zo. De registers plaatsen de familie hier van 1688 tot 1744, en Livinus stierf er in januari 1699. De naam is nog ouder: Volponds weghe, 1361. In de zeventiende eeuw stond het huis met de weg aan de westkant en een klein watertje, het vaardeken, aan de oostkant, met een schuur, bomen en een stuk land dat "de vier gemeten" heette, net geen twee hectare. Er is geen huisnummer bewaard, dus niemand kan een deur aanwijzen. Loop de weg dan maar.
De Wellinckstraat, voor het eerst geschreven als Wellynck strate in 1445. Jacoba Kerckaert, de weduwe die hertrouwde en de derde generatie grootbracht, stierf hier op 12 juli 1743.
Kaprijke en Bassevelde, de grensjaren
De Dries te Kaprijke, het plein in het hart van de oude gemeente. Bernardus, de laatste van de in Sleidinge geboren lijn, stierf ergens in deze parochie op 18 april 1809, jeneververkoper. Zijn dochter Bernardina Coleta trouwde er in 1800 in wat de akte de Tempel van de Wet noemt, op de hoofdplaats van het kanton — het gemeentehuis van de Republiek.
De Landsdijk, ten noorden van Bassevelde, op de oude Graaf Jansdijk. Nu een verhoogde weg door de polders, maar hij is gebouwd als zeedijk, waarschijnlijk aan het eind van de dertiende eeuw, om de Braakman tegen te houden. Bernardus Saey stierf hier in november 1861 en zijn weduwe Marie Therese in september 1870. Hun dochter Amelia werd er in 1848 geboren "in zyne wooning op den Dyk alhier, Sectie J nummero twee en zeventig"; op de Popp-kadasterkaart ligt dat perceel bij de kruising aan het kanaal, ongeveer anderhalve kilometer ten noordwesten van de dorpskerk, en de straat heet daar nog altijd Landsdijk.
Boekhoute en Philippine, een paar kilometer noordwaarts. Beide waren havens aan de Braakman, de zeearm die vijftien dorpen verdronk en pas in juni 1952 werd afgedamd. Wie op de dijk staat, staat op de reden waarom de dijk er is.
Twee goederen te Wippelgem
Goed ten Hulle, nu het kasteel van Wippelgem, en Goed ten Broeke, een paar akkers verderop, beide te Wippelgem (Evergem). Geen van beide heeft iets met deze familie te maken, en juist daarom zijn ze de moeite waard. Ten Broeke was sinds de dertiende eeuw van de Gentse patriciërsfamilie Borluut en werd in 1531 omgebouwd tot een huys van plaisance met een duiventil van tweehonderdtwintig nesten; Ten Hulle wordt voor het eerst genoemd in 1375, in handen van de Gentse patriciër Sander Cante. Terwijl de Saeys per dag op andermans land werkten, was dít wie het land om hen heen bezat. Het domein Ten Hulle is sinds 2008 van de gemeente Evergem en het park is open.2
Zeeland
IJzendijke. Eduardus trouwde hier in de raadzaal op 17 augustus 1878, en zijn zoon Pieter Johannes werd er geboren in het huis wijk B nummer 24. Oostburg, waar Achille in 1915 werd geboren aan de Sint Baafsgang nummer vijf, werd in 1944 voor tachtig procent verwoest en naar een nieuw plan herbouwd; de gang bestaat niet meer.
De begraafplaats aan de Mauritsweg, IJzendijke. Graf 411870. Achille E. Saeij, ✶ 20-5-1915, † 13-6-2002, en onder twee ineengeschoven ringen Irma S. de Paepe. Hier eindigt de geschiedenis.
De papieren
Vier vragen in dit boek staan nog open, en de stukken die ze zouden kunnen beantwoorden liggen in één leeszaal: het Rijksarchief te Gent, dat het archief van het Graafschap Evergem, inventaris AR48, bewaart. Niets ervan is gedigitaliseerd, en voor zover wij weten heeft niemand het voor deze familie ingezien. Een leeskaart is gratis; bestel de stukken vooraf.
1. De akte van 10 april 1659 — het belangrijkste stuk in dit boek. De staat van goed van Livinus zelf, uit 1699, vermeldt een verkaveling van die dag tussen hem en "de hoirs van Jaecques Burrens", wiens vrouw een Vereecken was. Als die akte zegt dat het goed Livinus van moederszijde toekwam, of Maria Vereecken noemt, dan houdt het hoofdstuk "Vóór de lijn" op waarschijnlijk te zijn en wordt het bewezen, en gaat de familie een generatie verder terug. In de gepubliceerde reeks zit geen pak voor 1656–1659, dus vraag om: - de ferieboeken van de vierschaar van Evergem, nrs. 669 (1657–1659) en 670 (1659–1660), rond april 1659; - het pak staten van goed en verkavelingen nr. 269 (1657–1659); - register nr. 230 (1648–1660).
2. De originelen van de vijf staten van goed, waarvan wij alleen de gepubliceerde samenvattingen hebben. De originelen geven vaak het huis, het land, de schulden en de buren: - Maria Van Kerrebrouck, 13 juli 1689 — pak 281 - Livinus Saeij fs Jan, 11 februari 1699 — pak 285 - Livina de Muijnck, 9 juni 1706 — pak 289 - Jan Saij fs Lieven, 10 januari 1720 — pak 301 - Jan Saij fs Jan, 1 juli 1767 — pak 348
3. De staat van goed van Joos Vereecken, 29 juli 1620 — pak 265. De gepubliceerde samenvatting noemt maar een deel van de kinderen. De vraag is eenvoudig: staat er een Maria tussen? Zo ja, dan is de moeder van Livinus geïdentificeerd.
4. Joosijntken van Hyfte. In de staat van goed van Pieter Saey van Kluizen, 23 februari 1644 — Ambacht Assenede, register 1033, folio 175v. Eén regel zou het uitmaken: noemt het origineel zijn eerste vrouw fa Christoffels, dochter van Christoffel? Zo ja, dan zijn de families van Evergem en Kluizen aan elkaar verbonden.
Facultatief, als de eerste vier goed gaan: de ommestellingen van Sleidinge-Sint-Baafs, nr. 95bis, vanaf 1635, en de landboeken 67 (1619–1655) en 68 (1651). Die vermelden wie welk perceel hield. Als er vóór 1655 een Say of een Vereecken op de Volpenswege opduikt, is dat het antwoord op de vraag waar Livinus vandaan kwam, van de andere kant benaderd.
Een woord over wat u kunt verwachten. Dit zijn zeventiende-eeuwse Vlaamse schepenhandschriften, en één bladzijde kan een uur kosten. Niemand hoeft alles te transcriberen: een foto van elke bladzijde is genoeg, en het lezen kan daarna. De vondst die in deze geschiedenis het meest heeft uitgemaakt — dat de Joannes van 1706 de man is die in 1767 werd begraven — kwam uit één slecht gespelde regel in een register dat ongelezen was blijven liggen omdat de pastoor de naam met een Z had geschreven.